Artrose in het gewricht vraagt begeleiding van de fysiotherapeut om weer op goed niveau te functioneren

 

Movamento beschikt over een gespecialiseerd orthopedisch revalidatieteam van fysiotherapeuten die veel ervaring hebben met revalidatie bij artrose klachten. Onder orthopedische revalidatie verstaan wij het verbeteren van het functioneren bij een probleem als gevolg van slijtage aan bijvoorbeeld het knie of heup gewricht. De revalidatie kan na een operatie plaatsvinden, maar kan er ook op gericht zijn een operatie te voorkomen. Een directe samenwerking met de orthopedisch chirurg en huisarts zijn hierin essentieel om tot het beste resultaat te komen.

Afhankelijk van uw doelen en uw revalidatieplan kan het behandelteam bestaan uit een fysiotherapeut, manueel therapeut en sportfysiotherapeut. Daarnaast werken we onder andere samen met ergotherapeut en orthopedisch schoenmaker. We bieden behandelingen die gericht zijn op terugkeer naar de gewenste activiteiten en daarmee kwaliteit van leven. Activiteiten als fietsen, traplopen of boodschappen doen zijn erg belangrijk en een grote beperking als deze niet meer kunnen worden uitgevoerd. We bieden revalidaties die kunnen bestaan uit fysiotherapeutische behandelingen, trainingstherapie en begeleiding in terugkeer naar werk of sport. Maar ook uit advies hoe u gelijkmatiger kunt belasten in plaats van in een patroon van pieken en daarop volgende dalen. Soms is er wat hulp nodig om de nadruk te leggen op wat u nog wel kunt en te accepteren dat sommige dingen niet meer zo gemakkelijk kunnen. Ieder probleem is anders en duur en inhoud van de behandeling kunnen we daarop afstemmen. We geven tijd en aandacht aan de patiënt om ieder individu op ieder niveau te helpen.

Revalidatieplan op maat

Movamento heeft diverse specialisten om zorg op maat te kunnen bieden. Zo zijn er specialisten op het gebied van de schouder, elleboog, pols en hand, maar bijvoorbeeld ook knie, heup en enkel. Movamento staat voor kwaliteit en investeert veel in interne opleiding. Daarnaast willen we de kwaliteit van de zorg hoog houden door onze interdisciplinaire samenwerkingen. Hierdoor kunnen we snel schakelen met bijvoorbeeld traumachirurg of orthopeed als dat nodig is.

Tijdens de behandeling en revalidatie staat centraal wat u wilt bereiken. Samen met de behandelaars maakt u een revalidatieplan dat zo goed mogelijk aansluit bij uw persoonlijke situatie en de doelen die u wilt bereiken.

 

Maak een afspraak

 

Wilt u een afspraak maken of heeft u een vraag. Vul dan ons contactformulier in, dan nemen we zo spoedig mogelijk contact met u op. U kunt ook telefonisch een afspraak maken via 088 02 45 900.

 

  • Datumnotatie:DD dash MM dash JJJJ
    Movamento respecteert jouw privacy die valt onder de GDPR/AVG.

 

 

Wat is artrose?

Bij kraakbeenschade of slijtage (artrose) is pijn meestal het belangrijkste symptoom. Een herkenbaar fenomeen hierbij is startstijfheid of startpijn. Dit betekent dat het gewricht zoals de knie of heup moet opstarten na bijvoorbeeld lang zitten of liggen. Later kan dit fenomeen zich ook ontwikkelen in rust en kan men wakker worden van de pijn.

Daarnaast kan het gewricht gezwollen raken doordat er vocht in komt. Bij het kniegewricht is een bekend fenomeen dat deze ook ‘op slot kan schieten’ (dit worden slotklachten genoemd) doordat er losse stukken kraakbeen aanwezig zijn of er kan sprake zijn van pseudoslotklachten. Dit kan komen doordat de kraakbeenlagen slecht over elkaar glijden. Naast deze klachten kunnen er ook instabiliteitklachten of krakende geluiden (crepetaties) aanwezig zijn.

Kraakbeen is een structuur in het lichaam dat zichzelf niet goed kan herstellen. Dit komt doordat kraakbeen geen bloedvoorziening heeft. Kraakbeen heeft ook geen zenuwvoorziening. Hierdoor kan het geen pijn registreren. De pijn die optreedt na kraakbeenschade komt niet direct van de kraakbeenschade zelf, maar van geïrriteerde structuren eromheen, zoals het slijmvlies en botvlies. De instabiliteit kan komen doordat de spieren reflexmatig ontspannen als er een pijnprikkel vanuit de knie gegeven wordt. Vaak wordt dit fenomeen in een bepaald bewegingstraject of bepaalde stand van de knie gezien.

 

Wanneer wordt artrose geopereerd?

Naast de conservatieve behandeling van de eindstage van slijtage (artrose) zijn er ook operatieve behandelopties. Het succes van een operatieve behandeling is van een aantal factoren afhankelijk. De grootte van de kraakbeenschade en de ernst van het defect is belangrijk, daarnaast de aanwezige pijn, eventuele andere afwijkingen (zoals bijvoorbeeld een O-been, meniscusletsel, instabiliteit van de knie) en het activiteitenniveau van de patiënt. Het lichaamsgewicht is ook een belangrijke factor voor het resultaat.

Het doel van alle kraakbeenbehandelingen is het herstel van de functie van de knie en vermindering van pijn en zwelling. Een gewrichtsvervangende operatie is een grotere ingreep en worden alleen gedaan als het vermoeden bestaat dat andere behandelingen niet voldoende resultaat zullen geven. Een belangrijk aspect is de zeer voorzichtige en lange revalidatie waarbij vaak langere tijd (minimaal 6 weken) niet belast mag worden en krukken gebruikt moeten worden.

 

Er zijn operatietechnieken die de eigen knie behouden en gewrichtsvervangende technieken. Een osteotomie is een gewrichtsbehoudende techniek en een prothese of endoprothese zijn gewrichtsvervangende technieken. Daarnaast zijn er kraakbeenvervangende operaties of operaties waarbij het kraakbeen behandeld wordt.

 

De keuze voor een osteotomie of een prothese hangt van een aantal factoren af:

  • Is er sprake van artrose in één of meerdere compartimenten van de knie
  • De leeftijd (boven 65 jaar wordt er eerder voor een prothese gekozen)
  • Het activiteitenniveau (activiteiten met meer impact zijn minder geschikt voor een prothese)
  • De wens van de patiënt (na een osteotomie kan er nog pijn aanwezig blijven)
  • De voorkeur en ervaring van de orthopedisch chirurg

 

Er zijn nog verschillende sporten mogelijk met een prothese. Zo is het mogelijk om te fietsen, roeien of bijvoorbeeld tennissen. Sporten met hogere impact (bijvoorbeeld hardlopen) zijn minder geschikt voor een prothese.

 

 

Osteotomie

 

 

Een as-afwijking kan invloed hebben op de slijtage van de knie. Bij een osteotomie wordt de as van het been hersteld zodat het gewicht meer op de gezonde zijde van de knie komt te liggen. Voor de operatie wordt de mechanische belastingsas (lijn die van het centrum van de heupkop tot aan het centrum van de knie loopt en de lijn van het centrum van de knie tot het centrum van de enkel) met een röntgenfoto bepaald. De hoek die hiermee gemeten wordt bepaald de grootte van de wig die voor de correctie gebruikt wordt.

 

Het is afhankelijk van de anatomie en de aard van de as-afwijking of de osteotomie boven de knie (bovenbeen) of onder de knie (scheenbeen) wordt uitgevoerd. De osteotomie wordt vaker in het scheenbeen uitgevoerd. Om de stand van het scheenbeen te veranderen wordt ook het kuitbeen (fibula) doorgezaagd (dit heet een fibulotomie). Deze wordt bij de operatie niet meer gefixeerd. Soms wordt er wel een klein deel van het het kuitbeen verwijderd. Dit heet een beperkte fibula resectie. Doordat het kuitbeen is doorgenomen en vervolgens niet meer wordt gefixeerd kan er door de patiënt in de eerste weken na de operatie een abnormale beweging in het kuitbeen worden ervaren bij bewegingen van de enkel en voet. Dit kan met een knap of knoep gepaard gaan die niet pijnlijk is. Deze sensatie zal na ongeveer 4 weken verdwijnen.

 

Er zijn verschillende technieken bekend om een osteotomie uit te voeren. Er bestaat een gesloten wig-techniek, een open wig-techniek en een halvemaanvormige osteotomie.

 

Bij een gesloten wig-techniek haalt de operateur eerst een wigvormige driehoek uit het scheenbeen of uit het bovenbeen en sluit daarna de botdelen weer naar elkaar toe. Op deze manier kan er bijvoorbeeld van een O-been een X-been gemaakt worden, waardoor de druk op het kniegewricht van de binnenzijde naar de buitenzijde verplaatst. Voor de fixatie wordt gebruik gemaakt van een kram, een plaat en schroeven, fixatie van buitenaf of alleen gips.

 

Bij een open wig-techniek wordt er een snede in het scheenbeen of bovenbeen gemaakt. Vervolgens worden de botvlakken uit elkaar bewogen tot de juiste, gecorrigeerde hoek is bereikt. Het gedeelte waar nu geen bot zit wordt opgevuld met bot uit de bekkenkam of met kunstbot. Dit geheel wordt gefixeerd met een plaat en schroeven.

Een alternatieve methode voor een osteotomie die voor grotere correcties gebruikt kan worden is de halvemaanvormige osteotomie. Het bot wordt cirkelvormig doorgenomen en vervolgens worden de botdelen onderling verdraaid tot de goede stand is bereikt. Bij deze methode wordt er meestal gefixeerd met een externe fixatie.

 

De chirurg kan voor de operatie geen absolute garantie geven voor een volledige en pijnvrije functie van de knie. In sommige gevallen resteert nog een deel van de pijn na de operatie. Daar staat tegenover dat het wel een gewrichtsbehoudende operatie is.

 

Na de operatie is het normaal dat er na een aantal dagen een bloeduitstorting onder huid naar boven komt. Door de zwaartekracht zakt deze bloeduitstorting naar beneden. Soms zelfs tot aan de voet. Het is daarom belangrijk dat de enkel en voet goed bewogen wordt. Als er veel spanning in de kuitspieren ontstaat, moet er altijd een trombose uitgesloten worden.

 

De genezing van de botvlakken verloopt eigenlijk hetzelfde als bij een breuk en duurt 6 tot 10 weken. Afhankelijk van de gebruikte techniek kan er gips gegeven worden.

Bij een hoekstabiele plaat kan er direct bewogen worden en gedeeltelijk of soms volledig belast worden. Meestal is het verstandig pas vanaf 6 weken na de operatie de belasting tot volledig op te voeren.

 

Overgewicht is een contra-indicatie voor osteotomie. Een osteotomie kan bij een patiënt met overgewicht van een pijnlijk O-been uiteindelijk naar een pijnlijk X-been gaan. Uiteraard geldt hetzelfde voor een X-been naar een O-been.

 

 

Prothese

 

Als het niet mogelijk is om een osteotomie uit te voeren of de voorspelbaarheid voor een goed resultaat is te laag, dan wordt er meestal gekozen voor een (endo)prothese (kunstgewricht). Er is dan meestal sprake van rustpijn of nachtelijke pijn, een duidelijke vermindering van de functie van de knie en een afname van de belastbaarheid van de knie. Het kan tevens zo zijn dat er sprake is van een afwijkende stand (contractuur). Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een strekbeperking van de knie of een toenemende as-afwijking van het been.

Bij een prothese worden de beschadigde gewrichtsvlakken vervangen. Behalve dat door het wegnemen van het pijnlijke deel van de knie (het beschadigde gewrichtsvlak) wordt ook de as van het been hersteld en instabiliteit, indien aanwezig, gecorrigeerd.

 

Afhankelijk van de locatie van de artrose (aanwezigheid in één of meerdere compartimenten van de knie) wordt er gekozen voor een gedeeltelijke knieprothese of een totale knieprothese. Het gewricht tussen knieschijf en bovenbeen (patellofemorale gewricht), het binnenste (mediale) deel of het buitenste (laterale) deel van het gewricht tussen boven- en onderbeen kunnen ook afzonderlijk vervangen worden. De patellofemorale prothese wordt alleen vervangen als de compartimenten tussen boven- en onderbeen nog in goede conditie zijn. Hierbij gaat het om een hemiprothese.

Hemiprothesen hebben aan de binnenzijde een beter resultaat dan aan de buitenzijde van de knie.

 

De beschadigde gewrichtsvlakken worden afgezaagd en op zo’n manier verwijderd dat de prothese er precies op past. Als er sprake is van een totale knieprothese wordt er een metalen kap over het bovenbeen geplaatst. Daarnaast wordt er een metalen basisplaat op het onderbeen geplaatst. Hiertussen wordt harde plastic (polyethyleen) geplaatst dat het glijdende en tevens ook het geleidende oppervlak vormt. Als het nodig is wordt ook de achterzijde van de knieschijf vervangen met een nieuwe prothese. Het is afhankelijk van het type prothese en de leeftijd van de patiënt of de prothese met botcement verankerd wordt. Het is gebruikelijk om dit wel te doen. De delen van de prothese worden los van elkaar geplaatst en een goed bandapparaat is nodig voor de stabiliteit.

 

Als er sprake is van een aandoening aan beide knieën, dan wordt er vaak in korte tijd achter elkaar geopereerd (3 maanden). Dit komt omdat er een relatieve verlenging van het geopereerde been ontstaat. De beenlengte wordt niet direct beïnvloed, maar als bijvoorbeeld een erg O-been gecorrigeerd wordt tot een 0 graden stand, dan wordt het been relatief langer.

 

Nabehandeling prothese

Na de operatie zal de patiënt meestal weinig tot geen pijn meer hebben. Het is meestal mogelijk om na een dergelijke operatie de knie direct te belasten. Het is gebruikelijk om gedurende een periode van zeker zes weken krukken te gebruiken om de knie te ontlasten. Een revalidatie na een knieprothese operatie duurt gemiddeld drie tot zes maanden. Na ongeveer een jaar is er pas sprake van een volledig herstel. In het tweede jaar bereikt de knie zijn maximale functie omdat het gewrichtskapsel dan aan de prothese is gewend en de functie hersteld. Na de operatie wordt er altijd naar een volledige strekking van de knie gestreefd.

Na tien jaar zal meer dan 90% van de knieprothesen nog goed functioneren. Dit geldt voor een oudere patiëntencategorie. Bij jongere patiënten, die meer van hun knie vragen, is de levensduur korter.